Cattery van de Yvelaar

Noorse boskat kittens beschikbaar, klik op een foto of kies een pagina uit het menu

Gezondheid

Klein stukje genetica: de kat heeft 19 paar chromosomen. Van ieder paar komt er eentje van de moeder en eentje van de vader. Chromosomen zou je kunnen zien als een ladekast en in de laadjes (=genen) zitten kaarten waarop geschreven staat hoe het een en ander eruit moet zien en hoe het functioneert. Soms ontstaat een verandering=mutatie in de tekst (=allel) op dat kaartje. Veel mutaties zijn dodelijk en de vrucht sterft al. Sommige mutaties zijn wel levensvatbaar. Een recessieve mutatie moet van beide ouders komen om tot uitdrukking te komen. Ooit is bijvoorbeeld de mutatie verdunning ontstaan. Als een kat van beide ouders de mutatie verdunning krijgt zal de kat blauw, crème, blauw tortie o.i.d. zijn. Geeft 1 van de ouders de normale kleurvorm door dan is de kleur ook meteen weer “normaal” zwart, rood enz. Het pointed gen zoals van de Siamees en de Ragdoll is ook een recessieve mutatie. Een drager is een kat die de dominante mutatie laat zien maar een recessieve mutatie onzichtbaar bij zich draagt en kan overgeven aan de nakomelingen. Wit is een dominante mutatie. Krijg de kat van 1 van de ouders het witte gen dan is de kat ook wit. Soms is het niet zo simpel. HCM is een dominante mutatie dus krijg je dat overgedragen van een ouder dan krijg je HCM maar toch blijkt er veel verschil in de ernst.

HCM: primaire HCM is een aangeboren hartafwijking waardoor de wand van de linker kant van het hart aan de binnenkant dikker wordt. De hartkamer wordt daardoor steeds kleiner. Uiteindelijk kan daardoor hartfalen optreden omdat er te weinig bloed kan worden rondgepompt. Het is een dominantie mutatie maar toch is er verschil van ernst in de klachten van de verschillende katten. Waarschijnlijk spelen meerdere genen een rol. Sommige katten worden 15 jaar oud maar broers/zussen kunnen al met 3 jaar overlijden. Op dit moment zijn 2 genen gevonden die met HCM in verband gebracht worden, waarschijnlijk zijn er nog tientallen meer. De gevonden genen zijn niet geldig voor de Noor. Echografie is de enige mogelijkheid en helaas een momentopname. Een kat kan met 5 jaar nog goed testen en met 7 jaar toch HCM blijken te hebben. Is de kat eenmaal 8 jaar kan is de kans zeer klein dat er nog HCM ontstaat.

Secundaire HCM ontstaat als gevolg van iets anders. Bijvoorbeeld een lekkende hartklep, schildkliervergroting, slagaderverkalking of hoge bloeddruk. Het hart moet te sterk pompen en de wand van het hart gaat dikker worden in een poging om dat voor elkaar te krijgen. De reden bepaald de prognose.

PKD: bij de geboorte zitten de nieren vol met kleine vochtblaasjes. Naarmate de kat ouder wordt, komen er meer en grotere blaasjes die het gezonde nierweefsel verdringen. Uiteindelijk ontstaat nierfalen. Vaak ontstaan de blaasjes ook in de lever. Het is een dominante afwijking en heb je de afwijking geërft dan krijg je ook PKD. Bij de mens kennen we dit ook. 85% heeft daar PKD1 en 15% heeft PKD2. Waarschijnlijk is het bij de kat ook zo iets. Het gen voor PKD1 is gevonden en kom je tegen bij Perzen en daaraan verwante rassen. Bij de overige rassen is nog niets gevonden en is echografie de enige optie. Eenmaal een echo voor de eerste verjaardag sluit 98% uit.

CIN: chronische interstitiële nefropathie. Duur woord voor het verbindweefselen van de nier. Hierdoor gaat de nierfunctie verloren en uiteindelijk treed nierfalen op. Er is geen DNA test, op echo worden de nieren steeds kleiner en bobbeliger. Het vererft dominant.

KP-Def: is nog niet zo heel lang bekend bij de Noor en waarschijnlijk via het inkruisen van een ander ras binnengekomen. Bij de Abbesijn kenden we het al wel. Het geeft een erfelijke vorm van bloedarmoede. Het vererft recessief. Er is een DNA test voor

GSD4: een fout is een glucose stofwisseling. Niet te verwarren met diabetisch. 80% van de kittens wordt dood geboren of overlijd kort na de geboorte. 20% wordt maximaal 1 jaar oud. Het vererft recessief en komt alleen bij de Noor voor. Ontdekt in Amerika omdat daar het inteeltpercentage wat hoger was en men een kat had geïmporteerd die drager bleek te zijn. Deze Jarl is niet de enige “schuldige” er zijn meerdere lijnen waarin dit voorkomt. Waarschijnlijk komen ze allemaal wel van de zelfde voorouder omdat het zo’n bijzondere mutatie is. Bij de mens komt het voor als ziekte van Anderson. Geen Jarl in de stamboom betekend niet dat er dan geen GSD4 kan zijn, DNA testen is de enige mogelijkheid.

Overige: FIP staat voor Feline infectieze peritonitis. Met de besmettelijkheid valt best het wel mee. Bijna alle kittens lopen een Corona besmetting op in hun jeugd. Dit kan darmproblemen geven maar vaak merk je er niets van. Als het goed is, gaat het afweersysteem tot actie over en roeit het virus uit. Soms gaat het echter niet goed. In ongeveer 5% van de gevallen muteert het Coronavirus en ontstaat FIP. Daar is geen genezing voor/ er is op dit moment medicatie maar die is nog niet officieel goedgekeurd, is duur, moet lang gegeven worden en werkt niet 100%. Er is een natte vorm met vocht in de buik- of borstholte. Er is een droge vorm met allerlei ontstekingen in het lichaam. Er is geen test voor, de dierenarts moet aan de hand van de symptomen en bloeduitslagen tot een diagnose komen. Sectie is het enige wat duidelijkheid geeft. Men gaat er nu vanuit dat ongeveer 50% van de FIP gevallen een erfelijke achtergrond heeft: de kat is geboren met een minder immuunsysteem. Voor het overige is stress een factor net als andere aanwezige ziektes, operaties, ongevallen en de virusstam. Een cattery kan niet voorkomen dat kittens FIP krijgen, je kunt het wel beperken door met gezonde ouders te fokken, goede verzorging en stress beperken.

Tandproblemen: met enige regelmaat hoor je over katten waarbij het gehele gebit getrokken moet worden omdat de tandwortels oplossen. Het lastige daaraan dat je in de mond niets ziet aan de tanden. Een indicatie is rood tandvlees, kwijlen, slechte adem en slecht eten. Een röntgenfoto levert de diagnose. Het is een pijnlijke toestand en katten leven helemaal op als ze hun gebit kwijt zijn. Brokjes eten is daarna geen probleem. Mogelijk speelt erfelijkheid een rol maar ook de niesziekte zou een rol kunnen spelen.

Niesziekte: kattengriep die meestal veroorzaakt wordt door het Herpesvirus of het Callicivirus. Callici geeft vaak zweren in de bek en kreupel lopen. Herpes geeft vaak oogontstekingen en daarnaast bij beide koorts, snottteren en ook niezen. Het zijn virussen dus antibiotica helpt niet maar door de verzwakte weerstand kunnen ook bacteriën de kans krijgen waardoor toch antibiotica wordt voorgeschreven in ernstige gevallen. Er is een inenting voor maar net als bij de mensengriepprik stopt iedere fabrikant een bepaalde stam in zijn vaccin en kan het weleens de verkeerde zijn. Meestal is de infectie wel minder als de kat is ingeënt. Zeker bij jonge dieren tijdig naar de dierenarts gaan en niet laten versloffen.

FELV en FIV: FELV is kattenleukemie en wordt veroorzaakt door een virus. Kater en poes moeten bij de meeste kattenverenigingen verplicht getest zijn om stambomen te verkrijgen voor hun kittens. FIV is kattenaids. Dit is ook een virusinfectie. Wordt ook verplicht getest door kattenverenigingen. Beide ziektes zijn uiteindelijk dodelijk.

Kattenziekte: is de kattenversie van Parvo. Zeer dodelijk voor kittens maar ook volwassenen zijn niet veilig. Er is een vaccin dat zeer goed werkt maar toch zie je katten die de kattenziekte krijgen ondanks vaccinatie en waarschijnlijk komt dat omdat het tijdstip van vaccinatie verkeerd is geweest.


© 2019 Cattery van de Yvelaar

Thema door Anders Norén